Stottertherapie: Doel en Weg

stottertherapie

Sjoerd links, Hille rechts, stottercoachend in Utrecht.

Wie naar stottertherapie gaat mag vloeiend spreken best als doel stellen: zolang hij of zij maar weet hoe zoiets ‘bereikt’ wordt. Het gaat niet om een strijd tegen stotteren, om met wilskracht of technieken het spreken naar eigen hand te zetten. Nee, stottertherapie zou juist moeten draaien om het laten uitkomen van de wens die toch al in ‘de stotteraar’ aanwezig is: volledig jezelf kunnen zijn – met vloeiend spreken als resultaat.

Werkelijk jezelf kunnen zijn

Doorgaans vraagt men zich nauwelijks af: “Waarom ga ik nou eigenlijk naar stottertherapie? Wat zet mij aan om met mijn stotteren aan de slag te gaan?” Het antwoord lijkt immers ook zo voor de hand te liggen: “Stotteren natuurlijk!” Maar wat maakt het dat stotteren iets is waar wat aan gedaan moet worden? In eerste instantie zou je kunnen stellen dat stotteren simpelweg een blokkade vormt in de praktische zin. Dat het langer kan duren om te zeggen wat je wilt zeggen en dat dat nou eenmaal niet altijd even handig uitkomt. Denk maar aan meer tijd nodig hebben tijdens een spreekbeurt, een te laat getimede grap waardoor die grap niet meer grappig is, of tijdens een telefoontje zó vast komen te zitten dat degene aan de andere kant van de lijn denkt dat de verbinding verbroken is en ophangt. Stotteren kan in de weg zitten van de meest simpele sociale activiteiten en dat zou op zich al reden genoeg kunnen zijn om er wat aan te willen doen.

Maar in hoeverre zijn die praktische consequenties de reden dat men uiteindelijk naar stottertherapie gaat? Een vraag die wellicht beantwoord kan worden met het volgende. Stel je voor dat je er na iedere stotter een goed gevoel op nahoudt. Zou je dan nog steeds de behoefte hebben om iets aan stotteren te doen, ook al zit het in praktische zin soms in de weg? Waarschijnlijk niet, of in ieder geval een heel stuk minder. Dit geeft aan dat er nog een andere reden is waarom men naar stottertherapie gaat, namelijk: de gevoelens en vaak ook gedachtes die samenhangen met het stotteren. De angst vooraf aan het stotteren en de schaamte na het stotteren, om maar wat simpele voorbeelden te noemen. Wellicht niet altijd bij iedereen en elke stotter aanwezig, maar het zal de persoon die stottert niet vreemd zijn. En wie al een poos stottert weet wat voor invloed het kan hebben op je doen en laten.

Het stotteren, de gevoelens zoals hierboven beschreven en de daarmee gepaard gaande gedachtes kunnen op den duur een flinke innerlijke strijd teweegbrengen. Een strijd tussen iets willen zeggen, maar niet willen stotteren. Een strijd tussen jezelf willen uiten, maar niet ‘voor gek’ willen staan. Een strijd die ervoor zorgt dat je op steeds berekendere en controlerendere wijze met jezelf en je spreken omgaat. Van tevoren worden situaties ingeschat, eenmaal in de situatie wordt de omgeving gescand, en wanneer het dan tijd is om te spreken worden de woorden nauwkeurig afgewogen. Wederom wellicht niet altijd het geval, maar het punt zal duidelijk zijn. De vrijheid en spontaniteit in het (sociale) leven wordt daardoor beperkt. En wat ons betreft is dat wat er ten grondslag ligt aan de wil om wat aan stotteren te doen: vrij worden van die innerlijke strijd zodat je werkelijk jezelf kunt zijn én uiten.

Stotteren als boosdoener

Tijdens de eerste stappen richting ‘het stottervrije leven’ wordt het stótteren nog wel eens beschouwd als de grote boosdoener: als datgene dat men ervan weerhoudt om volop te kunnen leven. De innerlijke strijd wordt slechts als gevolg gezien van het stotteren. Stoppen met stotteren zou dan betekenen dat de strijd óók voorbij is. Vaak wordt er op basis daarvan geprobeerd om alléén het stotteren kwijt te raken. Met het beoefenen van spreektechnieken, trucs en andere spraakgerelateerde oefeningen bijvoorbeeld. Die als doel hebben het spreken zodanig te kneden dat het soepeler gaat verlopen. Want het is immers het stotteren waar we van verlost willen worden.

Er wordt geoefend in langzamer spreken of klanken verlengen. Er wordt gewerkt aan intonatie en het soepeltjes inglijden van eerste letters, klanken of woorden. Ondersteunende ademtechnieken of handgebaren worden aangeleerd zodat die handeling, op het moment dat een stotter opkomt, ingezet kan worden om te voorkomen dat je vast komt te zitten. Of eventueel een combinatie van al deze dingen. Want dit leerde Hille ook allemaal, toen hij op zijn 22ste naar stottertherapie ging. Samen met ‘mentale strategieën’ die ervoor moesten zorgen dat hij wat ‘positiever’ met zijn stotteren en spreeksituaties om kon gaan. En hoewel dit in het begin heel goed werkte, bleek het wel van korte duur te zijn. Dat kwam omdat het hem niet lukte die ‘manier van spreken’ consequent vol te houden – en daarin was hij niet de enige.

Waarom lukte dat niet? Waarom is die weg voor velen zo lastig en vaak niet vol te houden? Dat komt bijvoorbeeld, omdat we niet tot langzamer spreken gedwongen kunnen worden als we van binnen nog haastig zijn. Het wordt ook moeilijk om een positieve houding aan te nemen als de oude, negatieve, nog niet is losgelaten. Maar misschien wel de belangrijkste reden van allemaal: we willen niet een nieuw maniertje van spreken hebben omdat dat eigenlijk net zo vreemd aanvoelt als het stotteren zelf. Het is niet van jezelf, zo zou jij niet praten. Zo’n nieuwe manier van spreken blijft niet plakken omdat het niet in overeenstemming is met hoe je het wilt hebben: vrij, jezelf. Sterker nog, die manier van werken aan stotteren kan de innerlijke strijd zelfs opvoeren. Stotteren is immers de vijand en de technieken en trucs de wapens waarmee het stotteren verslagen moet worden.

Vrij worden van ‘interne remmen’

Maar je gaat naar stottertherapie om vrij te worden van die strijd, niet om ‘m op te voeren. Het is dan maar te hopen dat iemand begint in te zien dat, als iemand iets aan het stotteren wil veranderen, er van binnen iets zal moeten veranderen. Niet door het stotteren aan de buitenkant te ‘modificeren’, of door je ‘fluency’ te ‘shapen’, maar door iets te doen aan dat wat er aan het stotteren vooraf gaat: de innerlijke strijd. Want voordat we stotteren staan de spieren al op slot, hebben de negatieve gedachten hun werk al gedaan en zijn de emoties reeds tot een vervelende hoogte gestegen. Stottertherapeut John C. Harrison heeft het wat dat betreft over ‘interne remmen’ die ons vanbinnen doen blokkeren, met als gevolg dat we vanbuiten vastlopen, oftewel: stotteren.

Het stotteren dat voor de buitenwereld waarneembaar is, is het gevolg van de innerlijke strijd of ‘interne remmen’. Mogelijke remmen zijn: bewuste spanning, onbewuste verkramping, emoties, negatieve gedachten of beperkende overtuigingen, om zo maar wat te noemen. Daar zou je dan dus wat aan moeten doen, wil je werkelijk ‘werken aan je stotteren’. Dat gaat dus voorbij aan het werken aan je spreken an sich. Want juist in het ‘worden’ van een vloeiende spreker, draait het erom om jezelf te bevrijden van alle bewuste en onbewuste ‘interne remmen’ die niet in jou thuis horen. Met een spreektechniek en proberen positief te blijven denken lukt dat niet.

Deze ‘interne remmen’ kunnen ook niet doorbroken worden door op straat te gaan staan schreeuwen, honderden mensen aan te spreken, of door assertiever te gaan praten, met de hoop dat dan uiteindelijk alleen het ‘gaspedaal’ ingedrukt blijft en we kunnen blijven ‘gaan’. Dat stelde ook Harrison voor, maar daar zijn we het dan niet mee eens. Want net als bij de spreektechniek kan ook dit voor een ogenblik wel wat opluchting geven, maar zonder daadwerkelijk iets los te laten blijven de remmen gewoon bestaan en dan is het een dweilen met de kraan open. Op lange termijn zullen zulke acties zelfs nieuwe problemen met zich meebrengen. Nieuwe spanningen bijvoorbeeld, waardoor lichaam en ‘spraaksysteem’ weer verder verstoord worden en uit balans raken. Via die weg is nog niemand werkelijk zichzelf geworden.

stottertherapieSjoerd legt bij Stottercafé Rotterdam wat uit over ‘de interne rem’.

Loslaten, opengaan en doorgang verlenen

Terwijl het daar dus allemaal om te doen is: werkelijk jezelf kunnen zijn – blijvend! Maar we kunnen pas echt ons vloeiende zelf zijn, wanneer we vrij zijn van de overtollige spanningen, onbewuste verkrampingen en overtuigingen die in ons huizen. En wie vanbinnen vrij is, zal vrij zijn in het spreken. Want zoals stotteren het symptoom is van innerlijke blokkades, is vloeiend spreken het resultaat van het ontbreken daarvan. De innerlijke blokkades moeten dus opgeruimd worden. Dat gebeurt meestal niet vanzelf, zeker niet met zelfhulpboeken. Om dat te kunnen moet men zich oefenen in loslaten, opengaan en doorgang verlenen en daar kun je dan maar het beste goede hulp bij zoeken.

Een goede begeleider kan jou helpen alle blokkades die niet in jou thuishoren, langzaam maar zeker, los te laten. Dat lukt het beste als er steeds diepergaande en gerichtere ontspanningsoefeningen aangereikt worden, die bovendien gebaseerd zijn op het juiste ademen vanuit de bekken: de bekkenademhaling. Dat is nog een etage lager dan de welbekende ‘buikademhaling’. Ademen vanuit de bekken brengt de broodnodige verdiepende ontspanning met zich mee, en stelt ons in staat alles los te laten wat we niet meer nodig hebben. Zo kan men vrij worden van spanning, verkramping, emoties en gedachten. Ook onze diepste beperkende overtuigingen vallen via deze weg op te lossen, omdat die namelijk als (onbewuste) spanning in ons lichaam zitten. Ze proberen weg te praten of weg te denken lukt daarom vrijwel niet, omdat de vastgehouden ‘energieresten’ van oude ervaringen, waar overtuigingen op gebaseerd zijn, eruit ontspannen, losgelaten moeten worden. Pas dan kun je ook wat nieuws opbouwen.

Het gevolg van het steeds diepere ontspannen en loslaten is dat we steeds meer in een zogeheten ‘verruimd zelf’ terechtkomen. We laten los wat we vasthielden, we ontkrampen, waardoor we van binnenuit opengaan en voor ons gevoel ruimer worden. In dat steeds ‘ruimer wordende zelf’ kunnen we dan gaan ontdekken, dat we het vloeiende spreken alleen maar doorgang hoeven te verlenen. We worden als het ware zelf de ruimte waar het spreken moeiteloos, zonder hindernissen, doorheen kan vloeien. Dat is een bevrijdende ervaring voor wie dat in zichzelf waarneemt. Dan krijgt het oefenen zijn zin en begrijpt men waar stottertherapie om draait: innerlijk vrij worden zodat het vloeiende spreken, dat al aanwezig is, niet meer wordt geblokkeerd.

Stottertherapie: Doel en Weg

Wie dat wil mag vloeiend spreken best als doel stellen, zolang hij of zij maar weet waar het om draait. Het gaat hier niet om een gevecht tegen stotteren, om met wilskracht en technieken het spreken naar de eigen hand te zetten. Het gaat hier juist om de wens te doen laten uitkomen, die toch al in ‘de stotteraar’ aanwezig is, om zichzelf steeds meer te bevrijden en daardoor steeds meer zichzelf te kunnen zijn: de vloeiende spreker die hij of zij al is. Dat kan maar op één manier: door vanbinnen op te ruimen wat het vrijelijk uitdrukken van jezelf nog blokkeert. Alleen zo kan het spreken steeds royaler gaan stromen. Het doel van stottertherapie zou je dan kunnen omschrijven als: doorlaatbaar worden voor wie jij werkelijk, in wezen, ten diepste, bent – een vloeiende spreker.

Maar wie niets wil moeten, moet niets willen. Want wie dit wél wil – werkelijk zichzelf kunnen zijn – zal ook wat moeten, namelijk: oefenen, steeds dieper leren loslaten. Dát is rode draad op deze weg. We zijn de spanningen niet zomaar even kwijt en daarom ook niet zomaar vrij van stotteren. Maar wie tijdens dit proces tegen het stotteren aanloopt zou dan kunnen gaan beseffen dat hij of zij ‘slechts’ dieper moet leren loslaten. Dat kan voor sommigen een vervelende constatering kan zijn, dat er geoefend zal moeten worden, maar voor degenen die dit aan den lijve ervaren wordt dat een zeer diepe geruststelling. Dat er inderdaad ‘alleen maar’ oefening en geduld nodig is en dat het dan mettertijd beter zal worden.

Bovendien helpt het ook als je het niet alleen maar doet om nooit meer te stotteren, maar veel meer om jezelf vrijelijk, volledig, uit te kunnen drukken. Vrij zijn van stotteren betekent immers ook: vrij zijn van de gevoelens en gedachten rondom stotteren, want die zijn vaak nog vervelender dan het stotteren zelf. Kom je dan toch nog in een stotter terecht, dan schrik je er niet langer van en ga je rustig door met wat je al aan het doen was: loslaten. Zo kom je echt tot rust, het gevecht met stotteren lost zich op en het vloeiende spreken, wat door deze instelling vanzelf meer en meer komt, wordt dan als ‘kers op de taart’.

Stottertherapie, wat zou dat moeten zijn?

Voor sommigen voelt stottertherapie aan als een strijd tegen stotteren. Als een strijd tegen iets in/van henzelf. De keuze om er naartoe te gaan laat dan al snel op zich wachten, want we willen immers vrij zijn van dat innerlijke gevecht, in plaats van met onszelf overhoop liggen. Voor hen die er zo over denken, is het wellicht mooi om te lezen dat werkelijke stottertherapie juist draait om het loslaten van die strijd en therapie dan tegelijkertijd bijdraagt aan een gezonde verstandhouding tussen stotteren en ‘stotteraar’. Als het goed is kom je acceptatie dus ook tegen bij stottertherapie. Om de simpele reden dat acceptatie, het stoppen van de strijd, onderdeel van de weg naar vloeiend spreken is.

Wat ons betreft zou stottertherapie moeten draaien om het helpen bevrijden van ‘het vloeiende spreken in jou’. Niet door je een manier van spreken op te leggen, niet door je te vertellen wat je wel en niet mag doen, niet door alles eraan te doen om nooit meer te stotteren. Maar door het aanreiken van oefeningen en goede gesprekken, om steeds dieper te ontspannen, te accepteren en los te laten – tot de verlossing daar is. Wij zijn om die reden geen voorstanders van spreektechnieken en dergelijke, omdat ze afleiden van waar het werkelijk om gaat. Spreektechnieken hebben de neiging de mens laks te maken jegens het verhaal dat achter het stotteren schuilt. Daardoor blijft de innerlijke bevrijding en de daarmee gepaard gaande potentiële ‘spraaktransformatie’ uit. Maar wie toch met een aangeleerde techniek of ‘handigheidje’ bij ons komt, hoeft die niet direct weg te gooien, want ook die laat je geleidelijk los.

Om af te sluiten zou je kunnen zeggen dat stottertherapie, zoals wij dat bedrijven, fungeert als ‘vroedvrouw’ bij ‘de geboorte’ van ‘de vloeiende spreker in ons’. Dat vloeiende spreken is al in ons aanwezig, en wacht er eigenlijk alleen maar op om gevonden en geboren te worden. Maar een zoektocht, noch een geboorte is zonder risico en ‘werken aan je stotteren’ evenmin. Op de weg bevinden zich vele valkuilen en moeilijkheden zullen zich zeker voordoen. We ontdekken onze weerstanden en twijfels komen in ons op. Ga ik wel de goede kant op? Doe ik het wel goed? Maar dan, wie in goede ‘vroedvrouwhanden’ verkeert, zal zelfs de zwaarste bevalling kunnen verdragen. En wanneer het voorbij is, dan komt de adem, dan gaan de ogen open en dan is er nieuw leven. Een nieuw, opzichzelfstaand mens, die zichzelf vrijuit kan uitdrukken en werkelijk zichzelf kan zijn. De wens vervuld.

Hille & Sjoerd

 

Kijktijd: 15 minuten

Het Loslaten van Stotteren: insteek en aanpak

In deze video vertelt Sjoerd hoe we bij Broca Brothers stotteren benaderen, en aanpakken.

Weten wat stotteren is

Wanneer je wat aan je stotteren wilt doen, dan is het nuttig om te weten wat stotteren is. Een auto repareer je ook niet zonder te weten waar het probleem ligt.

Dat legt Sjoerd uit aan de hand van een stift, een bord en een aantal vragen.

Waarmee we dan uiteindelijk tot de conclusie komen dat stotteren helemaal geen spraakprobleem is.

Dat mensen die stotteren eigenlijk al vloeiend kunnen spreken, maar dat er (soms) nog iets in de weg zit.

Dat wat er in de weg zit – denk aan spierspanning, emoties of gedachten – kunnen we loslaten.

Als we het hebben over het ‘loslaten van stotteren’, dan hebben we het dus over het loslaten van dat wat er in de weg zit van het vloeiende spreken.

Zijn die dingen ‘opgeruimd’, dan kan het spreken weer royaal gaan stromen. Het heet niet voor niets ‘vloeiend’ spreken natuurlijk.

In ieder geval veel kijkplezier gewenst, en laat je weten wat je ervan vind in de reacties hieronder?

Tot sprekens,

Hille & Sjoerd

 

Leestijd: 3 minuten

De eerste stap uit het stotteren

loslaten stotteren

Zet je nu de eerste juiste eerste stap uit het stotteren, dan scheelt je dat een hoop gedoe in de toekomst. Dus welke is het?

Stotter je altijd als je spreekt?

Laten we beginnen met een vraag: stotter je altijd als je spreekt? Het antwoord daarop weten we stiekem al, en dat is: nee. Wellicht heb je korte vloeiende momenten, of misschien zelfs vloeiende dagen of langer.

En waarom spreek je op sommige momenten vloeiend? Je voelt je op je gemak, je bent ontspannen of niet bezig met stotteren. Je zit lekker in je vel en bekommert je niet andermans mening. Dan lukt het gewoon.

Maar waarom lukt het niet altijd om vloeiend te spreken? Je voelt je gespannen, gehaast of staat onder druk. Je bent dan met het stotteren bezig, en dan meestal in de negatieve zin met gedachten en zo.


Eenvoudige vergelijkingen, daar houden we van.

Momenten van stotteren vs momenten van vloeiend spreken

Vergelijken we de momenten waarin we stotteren met de momenten waarin we vloeiend spreken, dan wordt het beeld steeds helderder.

Zoals je ook op bovenstaande foto kunt zien, ervaren we op de momenten dat we stotteren verkramping, spanning, druk, emoties en gedachten.

In de momenten dat we spontanerwijs vloeiend spreken, ervaren we de afwezigheid van die dingen, en om het simpel te zeggen: dan zijn we ontspannen.

Ter notitie: het gaat hier dan wel echt om momenten van moeiteloos spreken. Niet om ‘vloeiend’ spreken waar toch nog spanning en inzet achter schuilgaat.

Ons spraakprobleem is geen spraakprobleem

Kunnen we nu ook al een conclusie trekken? Een voorzichtige in ieder geval: als we ontspannen en op ons gemak zijn spreken we vloeiend(er) en als we gespannen zijn stotteren we (meer).

Dat zijn toch op z’n minst interessante gegevens, vind je niet? Want daarmee zouden we kunnen stellen dat ons spraakprobleem misschien helemaal geen spraakprobleem is.

In principe zijn we al in staat tot vloeiend spreken. Maar op het moment dat spanning, emoties of gedachten tussen ons en het vloeiende spreken in komen te staan, gaan we stotteren.

Daarmee zou stotteren dan het symptoom van achterliggende redenen (spanning, emoties en/of gedachten) zijn. Lossen we die op, dan kan het spreken moeiteloos stromen.

Maar soms…

Maar soms voelt iemand zich op zijn gemak en toch is het stotteren daar. Het lijkt dan alsof stotteren uit het niets komt, want schijnbaar was er geen aanleiding voor.

Nietsvermoedend, zonder enige waarschuwing kan het stotteren je dan toch ‘overkomen’. Met als conclusie dat er toch op z’n minst nog een andere oorzaak voor het stotteren moet zijn.

Dat klopt ook helemaal, maar voordat je dan ‘de hersenen’ roept, kunnen we misschien beter eerst kijken naar een ander, totaal onderbelicht fenomeen.

Een ‘stiekeme’ oorzaak van stotteren

Het kan namelijk ook voorkomen dat je je ontspannen voelt, maar dat in werkelijkheid niet bent. Dit komt simpelweg door onbewuste spanning.

Dit is spanning die door de jaren heen is opgebouwd, maar nooit goed is losgelaten. Wat gebeurt er dan? Door het niet-loslaten wordt de gespannenheid ‘normaal’ en raak je eraan gewend.

Dan kan het zijn alsof er geen aanleiding voor het stotteren was, maar die was er ‘stiekem’ wel. Spieren zoals het middenrif of de tong zijn aangespannen zonder dat je het merkt, en veroorzaken zo stotteren.

Stotteren is daarmee als een ijsberg: het heeft bewuste oorzaken (de ijsberg boven water), en onbewuste oorzaken (de ijsberg onder water). In dit geval bewuste en onbewuste spanning.


De ijsberg van stotteroorzaken: bewuste spanning boven water, onbewuste spanning onder water.

Diep ontspannen als eerste stap

Omdat spanning, druk en stress meestal de eerste antwoorden zijn op de vraag ‘wat gebeurt er tijdens het stotteren’, is ontspannen ook het eerste wat we zouden voorstellen.

Wanneer we dan ook nog eens weten dat onbewuste spanning ook een aardige rol speelt in het stotteren, lijkt goed ontspannen al helemaal het juiste beginpunt.

Gewoon eerst eens diep ontspannen, voordat je bijvoorbeeld met spreekoefeningen in de weer gaat, of gaat filosoferen over emoties en gedachten.

Lichaam en geest

Maar laten we het eerst nog hebben over waarom we niet bij gedachten beginnen. Want veel mensen die stotteren stellen dat denken hun probleem is.

De geest (het denken) is inderdaad een aardige stotteroorzaak. Het denken werpt blokkades op door lichamelijke reacties uit te lokken. Maar andersom is dat ook het geval.

De (bewuste en onbewuste) spanning in het lichaam lokt bepaald denken uit. Dus zonder eerst een begin te maken aan het opruimen van lichamelijke spanning, blijven gedachten maar komen.

Een mooi voordeel is dat het denken met het lichaam mee kan ontspannen, terwijl dat andersom dan weer niet zo het geval is. Daarom werkt positief denken ook nooit zo geweldig, want daarmee laat je (oude) spanning niet los.

Dus als je niet wilt blijven dweilen met de kraan open, adviseren we het volgende: eerst goed ontspannen, kijken we daarna wel verder.

Het echte ontspannen

Maar dan komen we op de vraag hoe we echt goed ontspannen. Want op de bank ploffen, met wat chips erbij en een filmpje van schattige katten zal wel niet de oplossing zijn, toch?

Nee, was het maar zo’n feest. Het opruimen van spanning komt wel precies, wat ook een van de redenen is dat hippe ontspanningsmethodes, als yoga, niet echt werken voor mensen die stotteren.

Veel ontspanningsmethodes zetten geen echte zoden aan de dijk. Het ruimt niet op. En dus zelfs al bij zoiets ‘simpels’ als ontspannen kun je dus wel wat goede hulp gebruiken.

De bekkenademhaling

Ontspannen, wat inhoudt dat je daarmee ook daadwerkelijk recente en oude spanningen opruimt, valt of staat bij het juiste ademen. Het ademen vanuit de bekken om precies te zijn.

Dit is waar de adembeweging van nature hoort te liggen. Als je inademt zou je bekken subtiel rond moeten worden. Ook de bekkenbodem doet mee. Dat gebeurt meestal niet, omdat men de adembeweging hoger heeft zitten.

Adem je te hoog in dan creëer je spanning. Adem je dan ook nog eens niet volledig uit, dan houd je die spanning vast. Dus door alleen al verkeerd te ademen creëer je stotterproblemen.

Leer je ademen vanuit de bekken, dan hoef je allereerst geen nieuwe spanningen meer aan te maken. Daarnaast stel je jezelf in staat om oude werkelijk los te laten, en dat is diep ontspannend.

Nou zitten er nog wel meer ‘geheimen’ in het ademen verborgen, zoals het feit dat we er ook emoties en gedachten mee kunnen opruimen. Maar daar komen we dan later wel op terug.

De eerste stap uit het stotteren

Voor nu is er wel even genoeg verteld. Waarmee we dan eindigen met de stelling dat adem-ontspanningsoefeningen, gebaseerd op de bekkenademhaling, de eerste stap uit het stotteren is.

In de praktijk bewijst het zich ook. Want door middel van deze ontspanningsvorm, ontspant men vaak meer dan dat ze in eerste instantie voor mogelijk hielden. En daar geniet het spreken dan van mee.

Hille & Sjoerd